Business Accelerator
voor de opschaling van
Bio-circulaire Innovaties

30-11-2020

Interview in BN DeStem: De nieuwe directeur van de Green Chemistry Campus koppelt passie voor chemie aan verduurzaming

Bang om je baan te verliezen, hoef je als chemisch technoloog niet te zijn. Bedrijven zitten nog altijd te springen om hoogopgeleide technici en de carrièremogelijkheden zijn legio. Connie Paasse (56) werkte voor diverse chemiereuzen en oliemultinationals, veelal in leidinggevende functies, maar koos nu voor een groene job: per 4 november is ze directeur van de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom.

In die ‘broedplaats’ zoeken ondernemers en studenten naar manieren om van plantaardig materiaal bijvoorbeeld plastic of papier te maken."Het zou mooi zijn als over vijf jaar hier in de regio een paar biobased fabrieken gebouwd zijn die hun oorsprong hebben in onze campus. Dat die bedrijven ervan kunnen leven en dat ze mensen aan het werk hebben. Dat is mijn ambitie."

Hoe wilt u dat doel bereiken?
"Mijn rol is ondernemers ondersteunen bij wat ze nodig hebben om hun biobased idee uit te voeren. Dat betekent expertise en faciliteiten organiseren waardoor zij kunnen opschalen: hoe ga je van een installatie van 1 liter naar 1000 liter? Dat is niet zomaar alles met duizend vermenigvuldigen. Naast het technische verhaal is er ook de economische kant: het maken van een nieuw biobased product moet ook rendabel zijn en financiers vinden."

De Green Chemistry Campus bestaat sinds 2012, wat werd al bereikt?
"Sinds 2013 werken TNO en het Vlaamse Vito bij ons aan de opschaling van bio-aromaten. Intussen worden proefmonsters geproduceerd die grote bedrijven testen in hun eigen producten zoals verf, plastic, autobanden en lijm. Wat ik ook leuk vind, is het BioVoice-programma dat innovatieve ideeën van kleine ondernemers koppelt aan specifieke problemen van grote bedrijven, waaronder Cargill, Sabic, Dow en Cosun. Daar zijn mooie matches ontstaan."

Waarom hebt u eigenlijk gesolliciteerd bij de Green Chemistry Campus. Is die organisatie niet te klein voor iemand met uw ervaring? 
"Ik wilde bewust weer meer in de buurt werken en daar impact hebben. De volgende stap in mijn laatste baan (BP in België) zou verder internationaliseren en dus veel reizen betekenen. Ik kan mijn ervaring hier prima inzetten voor de energietransitie. Ik denk dat ik de wereld op deze positie een stukje beter kan maken."

U bent een idealist?
"Ik heb van huis uit meegekregen dat je een verantwoording hebt naar de mensen en de aarde om je heen. Ieder mens kan een verschil ten goede maken. Idealen geven richting, maar je moet er ook naar handelen. Dus ja, ik ben idealistisch, maar wel een praktisch ingestelde. Als het niet lukt om vanuit een technische oplossing een rendabel groen bedrijf op te starten, verander je niet veel."

Is het niet een beetje vreemd, dat u als chemicus een vergroenings-broedplaats gaat leiden?
Nee, integendeel. In de chemie hebben veel mensen zorg en oog voor duurzaamheid. Juist in de chemie kun je veel invloed hebben op milieuverbeteringen."

Maar de chemiebedrijven zijn toch juist enorme vervuilers?
"Chemiebedrijven zijn deel van het probleem én deel van de oplossing. Ze stoten relatief veel CO2 uit, maar spelen ook een cruciale rol bij verduurzaming. De chemische sector doet er veel aan om schoner te worden. Juist technisch en chemisch geschoolde mensen weten bijvoorbeeld hoe ze installaties efficiënter en dus duurzamer maken. Bovendien, chemiebedrijven maken veel van de materialen waarmee huizen en auto’s duurzamer worden."

Waarom koos u ooit voor chemische technologie?
"Ik was goed in de bètavakken en had een leuke scheikundelerares die me motiveerde een studie in de technische hoek te zoeken. Ik vond de installaties in de chemie wel stoer. Het puzzelen en het zien van verbanden vind ik uitdagend. Het is een branche die ertoe doet, veel van de materialen die je in het dagelijks leven gebruikt, komen uit de chemie. Enneh, ik had een feministische moeder en oma."

Vertel...
"Ik was één van de weinigen op school die een werkende moeder had, ze was verpleegkundige. Mijn oma was lerares en moest stoppen toen ze trouwde en dat vond ze heel oneerlijk. Zij vond het heel gewoon dat vrouwen voor zichzelf moesten zorgen. Verder was het een heel gewoon burgergezin hoor. Mijn vader was archivaris."

Heeft u als vrouw extra moeten vechten? De chemie is toch een mannenbolwerk?
"Je wordt als vrouw in ieder geval altijd meer gezien, zowel in goede áls slechte zin. Je bent vaak de enige vrouw aan tafel en daarom alleen al val je op. Bij ICI was ik de eerste vrouwelijke ingenieur. Ze hadden er wel over vergaderd, haha, ‘die zal wel snel zwanger worden en stoppen’, dachten ze. Op secretaressedag kreeg ik ook vaak bloemen, want alle vrouwen kregen die. Maar veiligheidsschoenen in mijn maat, hadden ze dan weer niet. Niet alle mannen vinden het gemakkelijk om voor een vrouw te werken, maar de meesten wennen er wel aan."

Wilt u een rolmodel zijn? 
"Ik wil vrouwen stimuleren meer lef te hebben en soms een beetje meer te bluffen, zoals mannen van nature vaak doen. Via vrouwennetwerken heb ik bijvoorbeeld jonge vrouwen gecoacht. Het is goed als vrouwen elkaar helpen. In die zin ben ik misschien een rolmodel."

auteur: Florence Imandt, BN De Stem